Aantekeningen


Stamboom:  

Treffers 1 t/m 100 van 8,940

      1 2 3 4 5 ... 90» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
1

1e Begraafplaats Soestbergen Gansstraat 167 3528 EG Utrecht 
van Boetzelaer, G L (I231228)
 
2

Begraafplaats Den en Rust Frans Halslaan 27 Bilthoven
 
van Boetzelaer, Coenraad Carel Vincent (I231219)
 
3

Kees van Dijk groeide op in een orthodox-protestants gezin. Als bestuursambtenaar maakte hij in Nieuw-Guinea de machtsoverdracht aan Indonesië mee.

Hij verbleef jarenlang in het buitenland, onder meer als economisch medewerker van de Nederlandse Bank in Zuid-Afrika en als hoofd van de onderwijstak van de Wereldbank in Washington. In 1973 keerde Kees van Dijk met echtgenote en drie kinderen terug naar Nederland.

In 1974 begon hij in de plaatselijke politiek, als raadslid te Rotterdam. Drie jaar later trad hij toe tot de landelijke politiek. In 1977 werd hij lid van de Tweede Kamer voor het CDA. Dit ambt verruilde hij in 1981 voor dat van minister voor Ontwikkelingssamenwerking in de kabinetten Van Agt II en Van Agt III om in 1982 weer in de Kamer terug te keren.

Van 1986 tot 1989 was hij opnieuw minister, ditmaal van Binnenlandse Zaken in het Kabinet-Lubbers II. Na twee jaar ambteloos te zijn geweest kwam hij in 1991 in de Eerste Kamer die hij in 1999 pas verliet.

In 1983 en 1984 verwierf Van Dijk bekendheid als voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie naar de ondergang van het jarenlang met veel staatssteun overeind gehouden scheepsbouwconcern Rijn-Schelde Verolme (RSV).

Aan het eind van het jaar 1984 werd Van Dijk door de parlementaire pers gekozen tot politicus van het jaar. In 1999 leidde hij ook het onderzoek naar de Ceteco-affaire in de provincie Zuid-Holland. Bij deze zaak ging het om het slecht bankierende Zuid-Holland.



 
van Dijk, Drs Cornelis Pieter (I230442)
 
4

NH Begraafplaats

Coelhorsterweg Coelhorst 
van Boetzelaer, Baron Johan (I230672)
 
5

Nieuwe Begraafplaats Woudenbergseweg 48 3707 HX Zeist 
van Boetzelaer, Baron Erik Rutger Wessel (I231220)
 
6

RK Begraafplaats St. Barbara Prinsesselaan 2 3583 GZ Utrecht

 
Avrich, Geoffrey (I231211)
 
7

Andreas Matzbacher
De Oostenrijkse profrenner Andreas Matzbacher (Team Volksbank) is maandagavond om het leven gekomen bij een ongeluk met zijn wagen. Matzbacher verloor op kerstavond in de buurt van zijn woonplaats Graz de controle over het stuur en sloeg te pletter tegen een paal.

De onfortuinlijke renner liep zware verwondingen op aan het hoofd en stierf ter plekke. Andreas Matzbacher zou op 7 januari 26 jaar geworden zijn.

Eén profzege
Matzbacher startte zijn profcarrière in 2004 bij Saeco, in 2005 kwam hij uit voor Lampre. Sinds vorig jaar was Matzbacher actief bij Team Volksbank. Hij heeft één profzege op zijn palmares staan: de GP Judendorf in 2004. Het jaar voordien was hij Oostenrijks kampioen bij de beloften geworden. (belga/eb)


 
Matzbacher, Andreas (I234932)
 
8
Algemene Begraafplaats

IJsseldijk-Noord 12 2935 BG Ouderkerk aan den IJssel
Graf id-nummer:47687 (Plaats)aanduiding:NMN-047

 
Pak, Christiaan (I140900)
 
9
Algemene Begraafplaats Papesteeg,Papesteeg Tiel
Begraafplaatsnr.:548
 
van Dee, Thomas (I35385)
 
10
Begraafplaats Landscroon Weesp Korte Muiderweg Weesp
Begraafplaatsnr.:1843
 
Brocaar, Wilhelmina (I25072)
 
11
Joodse begraafplaats Scheveningen  
Fresco/Frisco, Maria Mirjam (I235431)
 
12
Kerkhof Munstergeleen,Pancratiusstraat Munstergeleen Graf id-nummer:327368 Begraafplaatsnr.:691


 
van Dee, Didier (I34529)
 
13
Kloosterhof Tiel Graf id-nummer:476936 Begraafplaatsnr.:928

 
van Dee, Dirkje (I34546)
 
14
Maastricht Tongerseweg 
Dassen, Hubertus (I234877)
 
15
Maastricht Tongerseweg 
Balen, Anna Gerardina (I234878)
 
16
Maastricht Tongerseweg 
Herben, Elisabeth (I234883)
 
17
Maastricht Tongerseweg 
Dassen, Petrus (I234882)
 
18
Op een eiland als Goeree-Overflakkee, was verzet nog lastiger dan elders in het land. De enige verbinding met de veerdienst was gemakkelijk te controleren. Dat was een reden voor het georganiseerde verzet om harde acties op het eiland te vermijden. Toch was er zeker sprake van verzet tegen de bezetter. Illegaal drukwerk, het doorgeven van berichten via een geheime zender, valse persoonsbewijzen en, zeer belangrijk, het inzamelen van voedsel voor onderduikers in de steden, vnl. Rotterdam. Een aantal jonge mannen, dat zich hiermee bezig hield, trok in de loop van de oorlog naar Rotterdam. Reden hiervoor was dat de Flakkeese grond onder de voeten te heet werd. Bovendien waren de mogelijkheden om verzet te bieden in de stad groter. Daar vonden dan ook de grotere ?klussen? plaats.
Jacob Arij VerolmeEen van de mensen die zich ook aansloot bij het landelijk georganiseerd verzet was Jacob Arij Verolme, in het illegale werk ?Joop? genoemd. Jaap Verolme werd op 19 november 1918 in Nieuwe Tonge geboren. Hij trouwt op 16 april 1942 in deze plaats met Margaretha Wilhelmina Huijsen. Halverwege de Tweede Wereldoorlog vestigen ze zich met hun kind in Rotterdam. Aan de universiteit van Utrecht studeerde hij theologie. Omdat hij weigerde de loyaliteitsverklaring te tekenen, moest hij onderduiken. Hij vond een plaats aan de Goudse singel in Rotterdam. Samen met zijn broer Arie werden ze lid van de Knokploeg Zuid in Rotterdam. Hoewel lang niet alle activiteiten beschreven zijn, weten we toch wel een en ander van het werk waar ze zich mee bezig hielden.


Verzetsvrienden uit de knokploeg Rotterdam-Zuid. V.l.n.r. Jaap's broer A. Verolme, K. Boender en Han de Geus uit Herkingen.Op 8 november 1944 was Joop bezig om wat aardappelen uit te delen aan ondergedoken personeel van de spoorwegen. Onderweg trof hij een hem bekende koerierster aan. Deze werd op aanwijzing van een vroegere chef geschaduwd door de SD. Beiden werden gearresteerd. ?Beroof mij van het leven, maar mijn vrienden verraden, nooit!?, waren zijn woorden. Zijn vrouw was in verwachting van hun tweede kind! Na de oorlog verklaarde een SD ?er dat Jaap Verolme een van die mensen was, waar men diep respect voor had. Ze zwegen onder alle (moeilijke) omstandigheden. Jaap werd al de volgende dag gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte. De koerierster werd naar de gevangenis in Scheveningen overgebracht. Wat was het geval?
Een bekende leider van een van de knokploegen, Kees Bitter of Keesje Zuid, was door de Duitsers gevangen genomen. Dat was overigens niet de eerste keer. Al in 1942 was dat ook al een keer gebeurd. Toen was hij vrijgelaten. Hij hield wel bepaalde relaties met de Duitsers aan deze gebeurtenis over. Omdat dit niet bekend was bij de overige leiding, kreeg hij desondanks een leidende taak in het verzet en verrichte hij onverschrokken, veel nuttig werk. Na zijn arrestatie in 1944, koos hij voor zijn eigen leven ten koste van het leven van zijn landgenoten, ja, zelfs van zijn medewerkers. Waarschijnlijk 13, maar 17 wordt ook genoemd, mensen heeft dat het leven gekost, waaronder Jaap Verolme. Toen duidelijk was wat er gebeurd was, werd na verschillende verhoren ook Kees Bitter geliquideerd.

Nadat zijn lichaam gevonden was na de oorlog, vond herbegrafenis plaats op de begraafplaats van Nieuwe Tonge op 24 december 1945. 
Verolme, Jacob Arie (I197777)
 
19
Overledene liet na 4 meerderjarige kinderen; Hofstraat Jan Aarsensgang
 
 
 
Rutte, Andreas (I231380)
 
20
RK Begraafplaats In Loco Pascuae
Stoeplaan 4 Wassenaar 
Schmelzer, Wilhelm Jakob (I235216)
 
21
Thomas Starzl, pionier op het gebied van orgaantransplantaties, is zaterdag op negentigjarige leeftijd overleden in zijn woning in Pittsburgh. Starzl genoot bekendheid als de eerste arts die een levertransplantatie uitvoerde. 

Dat maakte de Universiteit van Pittsburgh bekend, waaraan de chirurg als professor verbonden was.
Starzl en zijn team voerden in in 1963 de eerste levertransplantatie uit. Ze waren in 1967 ook verantwoordelijk voor de eerste transplantatie waarbij de patiënt de operatie langer dan een jaar overleefde. 
Starzl was daarnaast betrokken bij onderzoek naar nier- en levertransplantaties van bavianen naar mensen. Ook verrichtte hij tussen 1969 en 1974 de eerste levertransplantaties van chimpansees naar kinderen. Later deed hij vooral onderzoek naar afstoting van organen na een transplantatie.
Zijn werk leverde hem meer dan tweehonderd onderscheidingen en prijzen op. Starzl zou deze week 91 jaar geworden zijn. 
Starzl, Dr Thomas Earl (I234868)
 
22
Was een Nederlands politicus en als zodanig onder meer minister van Sociale Zaken in het eerste kabinet-Van Agt.

Albeda studeerde economie aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam van 1946 tot 1950.

In 1957 promoveerde hij in de economische wetenschappen aan de Vrije Universiteit te Amsterdam op het proefschrift De rol van de vakbeweging in de moderne maatschappij.

Albeda was een ARP- en CDA-politicus die zichzelf typeerde als vakbondsman. Hij was geruime tijd werkzaam bij de Christelijke Bouwbond en het CNV.

In 1966 werd hij hoogleraar sociaal-economisch beleid aan de Nederlandse Economische Hogeschool in Rotterdam. Tot 1996 was hij ook hoogleraar aan de Universiteit Maastricht, waar hij een van de drijvende krachten van de in 1984 opgerichte Economische Faculteit was.

Albeda had grote belangstelling voor internationale vraagstukken. Zo schreef hij samen met dertig andere economen een blauwdruk voor de toenmalige Sovjet-Unie voor een omschakeling naar een markteconomie.

Vanaf 1966 was hij lid en sinds 1973 voorzitter van de ARP-fractie in de Eerste Kamer. Wil stond in 1973 als informateur mede aan de basis van het kabinet-Den Uyl. Hij was minister van Sociale Zaken in het eerste kabinet-Van Agt, waarvan hij het ‘sociale gezicht’ was. Daar bracht hij onder meer een herziening van de Wet op de ondernemingsraden en de Arbeidsomstandighedenwet tot stand.

Na zijn ministerschap keerde hij terug in de Senaat en werd later voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. Verder werd hij bekend door zijn rol in de Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst: de ‘Commissie Albeda’.
 
Albeda, Drs Willem (I230456)
 
23


Hij had al heel wat te verwerken gehad in zijn leven, die Frans Willem van Dee uit het Betuwse Ommeren. Er was in zijn leven best het één en ander gebeurd.

Voor de tweede keer getrouwd. Hoe zijn eerste huwelijk is beëindigd weten we niet. Dat is enkel maar gissen. Maar dat er verdriet is geweest dat is wel zeker.

En dan niet te vergeten de Franse overheersing die haar sporen heeft nagelaten.

In zijn geschriftje, wat door dominee Keizer is ontcijferd, schrijft hij over een aantal zaken. Over de grote droogte die de Here God had gegeven, waardoor de oogst grotendeels mislukte. En over grote overstromingen, zodat de schuiten over de akkers konden varen. Vermoedelijk doelt hij hier op de overstroming van 1809. De gewassen stonden later te rotten op het veld. Daardoor kwam er weer een enorme duurte over het dagelijkse leven. Vijftien gulden moest er toen worden betaald voor een zak aardappelen ( ½mud vdH. ), en twintig stuivers voor een twaalf ponder brood. Dat was heel veel geld. Vaak is er honger geleden in zijn tijd. Van Dee heeft er oog voor. Hij is begaan met zijn naaste. Hoe vaak heeft hij de afgescheiden broeders in de Tielse gevangenis niet op gezocht, en hen boter en worst gebracht. Want het eten in de gevangenis was niet al te best.

In zijn schrijven komt Frans Willem over als een rustige figuur. Hij is rustig in zijn omgang met anderen. Eerlijk, maar ook bedachtzaam. Hij treedt niet gauw op de voorgrond. Zijn werk bij Baron van Brakel op den Eng als opzichter zal hij met grote plichtsgetrouwheid hebben gedaan. En ook voor het personeel, onder hem gesteld, zal hij mild zijn geweest. Hij had dus een lage leidinggevende functie.

Van Dee had grote zorgen. In al de moeiten en rampen die er in het land waren geweest zag hij de hand van God. Van Dee leefde dicht bij God. In al zijn doen en laten rekende hij met God. Hij was er zich ook wel van bewust dat hij een zondig mens was. Maar hij wist ook dat er bij God uitkomst was door het volbrachte werk van de Here Jezus Christus. Van Dee was dus gewoon gereformeerd.

God had hem ook een goed verstand gegeven. Een goed verstand, en een sterk vertrouwen op God. Daardoor zag hij de dingen scherp. Ook in de kerk.

Zijn besluit om zich af te scheiden heeft hij niet van de een op de andere dag genomen. Voor zover wij kunnen nagaan zeker vijftien jaar. Van voor 1821 tot 1836. Zijn verhaal begint dan voor 1821.



Frans Willem van Dee voelde zich al jaren niet meer zo thuis in de Hervormde kerk. Immers het rationalisme vierde hoogtij in de kerk. Het volle rijke evangelie van genade door het volbrachte werk van onze Here Jezus Christus werd niet meer, of nauwelijks gebracht van de kansel. Ook dominee Vermeer in Ommeren deed daar aan mee. Volgens van Dee was Vermeer een ‘Algemeen predikant. Hij leerde immers ‘dat alle mensen zalig konden worden.’

Grote moeite had hij met het zingen van gezangen. Op een keer, het gebeurde in een eredienst, vroeg Frans Willem zich af of dit zingen wel naar Gods Woord was. Van Dee vond van niet en deed zijn boek dicht.

Dat werd opgemerkt door tal van kerkleden. Ook door de predikant Vermeer. Na de predikatie, dat zal na de kerkdienst zijn geweest, ontstond er een conflict toen de predikant hem openlijk vroeg om de reden van zijn daad.

Van Dee vroeg toen o.m. aan de predikant of het zingen uit het gezangenboekje naar het Woord van God was, of uit de mens. Zo ja, dan was volgens hem de vroegere dienst niet volkomen geweest. Waren ze door onze vaderen der kerk op de synode van Dordt in 1618-1619 goedgekeurd? Verder vroeg hij aan de predikant of hij de psalmen van David en anderen, gesticht door de Heilige Geest, voor Gods Woord hield. ‘Zo nee, waarom kiest u dan daaruit uw onderwerp voor uw preek, was zijn directe vraag?’

Van Dee zegt, dat ds. Vermeer als antwoord veel ongegronde redenen had.

Dit voorval gebeurde al voor 1821.

Van Dee kwam steeds minder in de kerk. Hij ging op zoek. Op zoek naar dominee’s in eigen kerk waarvan hij nog iets goeds kon verwachten. Hij werd geestelijk een zwervende in eigen kerk.

Tegelijk had hij een gevoel van onbehagen. Hij voelde dat zijn wandel niet goed was. Hij kreeg lust om Gods Woord te onderzoeken Vurig heeft hij tot God gebeden. Hij vraagt of God aan hem, Frans Willem, de waarheid van dat Woord wilde openbaren.

Bovendien vond hij het verschrikkelijk dat hij zijn kinderen had laten dopen in een kerk waarin hij zich een vreemde voelde.

Er ontstond bij hem een enorme geestelijke worsteling, die een aantal maanden duurde.

Hij schrijft dat het in zijn oor heeft geklonken van: ‘Keer weer! Kom tot Mij, en wordt behouden! Verlaat de afgoden!’

En verder: ‘De Here leerde mij inzien hoe Hij de ordinantiën had ingesteld in de Gereformeerde kerken, uitgesproken en goedgekeurd op de Synode van Dordrecht in de jaren 1618-1619.’



Het ging dus bij Frans Willem van Dee niet alleen om de gezangen, maar om meer. Om heel veel meer. Het ging hem om de zuivere prediking van het Woord, en de handhaving daarvan. Immers, wij schreven het al aan het slot van hoofdstuk zes, dat de prediking Rationeel en Kantiaans was. Dat waren zaken die van Dee best begreep. En dat kwam omdat hij greep naar Gods Woord. Hij worstelde daarmee. Hij heeft daarin gegraven. En dan gebeurt het. Dan gebeurt het dat het Woord zich openbaart.












 
van Dee, Frans Willem (I34629)
 
24 6 gld; samen 12 gld  Gezin F2192
 
25 Buiten; kleed van 1 gld  van IJperen, Jan (I230159)
 
26 "De man met de glazen vuisten" Renard, Jean Marc (I235174)
 
27 23.30 Aangifte van Ovl door Vader Christoffel Zweistra Zweistra, Willem Hendrik (I223105)
 
28 44 jaar, 4 mnd en 11 dgn
 
Romer, Frans (I156892)
 
29 Aachen, Grabstätte Suermondt Schiedmayer, Helene (I231323)
 
30 Aachen, Grabstätte Suermondt Suermondt, Henry John (I230871)
 
31 Aan boord van de Junyo Maru-Indian Ocean nabij Benkoelen  Mangelaar Meertens, Hendrik Jacobus Louis (I230921)
 
32 aan de gevolgen van een val van een trap Molenaar, Frans (I235450)
 
33 Aan huis aangetekend door de wethouder Mr H. Hoog Gezin F1448750159
 
34 begraafplaats Rusthof in Leusden. Hollestelle, Jacoba Adriana (I235333)
 
35 begraafplaats Westgaarde in Amsterdam. Millecam, Sylvia Maria (I235313)
 
36 begraafplaats Zorgvlied Amsterdam Duisenberg, Dr Willem Frederik (I235471)
 
37 begraafplaats Zuiderhof in Hilversum Ruys, Henri Guillaume Gerard Corneille (I235325)
 
38 Bekend als Chuck Berry, was een Amerikaans gitarist, zanger en componist. Berry wordt beschouwd als de belangrijkste tekstschrijver van het rock 'n' roll tijdperk en was een van de eerste leden van de Rock and Roll Hall of Fame (1986). In 1982 werd hij opgenomen in de Nashville Songwriters Hall of Fame. Berry staat vierde op de lijst van beste songschrijvers uit de popmuziek die het tijdschrift Rolling Stone in 2015.
Pianist Johnnie Johnson had de band Sir Johns Trio en nodigde Chuck Berry in 1952 uit mee te spelen als vervanging voor de zieke saxofonist. Snel nam Berry de leiding van de band over. Hij componeerde zijn liedjes in samenwerking met Johnson (die twintig jaar zou meespelen met zijn nummers) en liet ze registreren met "Chuck Berry" als enige componist-schrijver.
Berry's eerste hit Maybellene (1955) is een van de eerste rock-'n-roll-nummers. In de vier singles daarna, aldus pophistoricus Charlie Gillett, leverde Berry scherpe kritiek op onderdelen van de Amerikaanse maatschappij: in Thirty days op de rechtspraak, in No money down op het systeem van op krediet kopen, in Roll over, Beethoven op de zogenaamde 'echte' cultuur en in Too much monkey business op dat alles en nog veel meer.
Toch was zijn eerste hit na Maybellene pas School day uit 1957. De tekst ervan beschrijft in de tweede persoon hoe de jeugd het schoolleven als een juk ervaart en naar vrije tijd smacht. In Sweet little sixteen staat een meisje centraal dat gek is van muziek. Hierin gebruikt Berry de populaire traditie om plaatsnamen in de tekst te verwerken met het oogmerk dat luisteraars die daar woonden zich in het thema van het nummer zouden herkennen.
Johnny B. Goode gaat over een plattelandsjongen die naar de stad trekt en het daar maakt. De gitaarintro is een van de klassieke rock'n'roll-geluiden geworden.
Berry's idolen waren Nat King Cole, Louis Jordan en Muddy Waters, die allen voornamelijk bluesmuziek maakten.
Meer dan dertig van zijn opnamen geraakten in de top 10 en ze worden nog altijd gecoverd door bands over de hele wereld. Zijn grootste populariteit beleefde Berry van 1955 tot 1959.
Op zijn negentigste verjaardag kondigde Berry aan dat hij na bijna vier decennia weer een album had opgenomen met allemaal originele composities. Chuck zal in 2017 verschijnen.
Johnny B. Goode werd opgenomen met twee teksten: 'colored boy' werd 'country boy' ('colored' viel niet te verkopen, wist Leonard Chess). Het hele nummer Brown Eyed Handsome Man is een ode aan de trotse, zwarte man in de VS. In een enkel couplet legt hij uit: de Venus van Milo verloor haar armen in een gevecht om een brown-eyed (lees: zwarte) knappe man te veroveren – en ze won.
Berry had een grote invloed op andere muzikanten, met name als tekstschrijver en gitarist. Charlie Gillett noemt als belangrijkste The Rolling Stones, The Beatles, Bob Dylan, artiesten uit het publiek dat in de jaren vijftig als tiener naar Berry luisterde.[4] Ook Bruce Springsteen kan daaraan worden toegevoegd.
John Lennons nummer Come Together zou zelfs geplagieerd zijn van Berry's You Can't Catch Me. Angus Young van AC/DC zegt eveneens door Berry beïnvloed te zijn en gebruikte ook diens ganzenpas of duckwalk als een van zijn gimmicks. AC/DC vertolkte op het album T.N.T. Berry's School days. Een ode aan Berry en zijn muziek werd gebracht door de band Steppenwolf in het nummer Berry Rides Again, waarin de gitaar en de piano treffend het karakteristieke geluid van Berry's gitaar en Johnsons piano laten horen en alle hits voorbijkomen. The Beach Boys moesten Berry vermelden als auteur van hun hit Surfin' USA, omdat het nummer in sterke mate op Sweet little sixteen leek.
Elvis Presley nam door de jaren heen regelmatig Chuck Berry-nummers op en gebruikte ze in zijn liveoptredens, te weten: Brown-eyed Handsome Man, Memphis, Tennessee, Too Much Monkey Business, Promised Land, Maybellene, Johnny B. Goode, Rock and Roll Music en School Days. Dit waardeerde Berry zeer.
Veel van Berry's hits maken deel uit van de rock-'n-rollgeschiedenis en hebben als springplank gefungeerd voor veel beroemd geworden artiesten:
Maybellene (gecoverd door onder meer Elvis Presley, Carl Perkins en Simon & Garfunkel)
Johnny B. Goode (Berry's bekendste hit: meegenomen door Voyager als kunstwerk en gecoverd door onder meer AC/DC, The Beatles, The Beach Boys, Green Day, Jimi Hendrix, Johnny Winter, Jerry Lee Lewis, Judas Priest, Led Zeppelin, Stray Cats, Elvis Presley, Prince , Status Quo, Sex Pistols, Grateful Dead en Peter Tosh)
Rock and Roll Music (gecoverd door onder meer The Beach Boys en een van de eerste opnamen van The Beatles)
Sweet Little Sixteen (door The Beach Boys gecoverd met een andere tekst en beroemd geworden als Surfin' USA en door Normaal gecoverd met een andere tekst dan Wachten duurt lang)
Roll Over Beethoven (gecoverd door onder meer The Beatles, ELO, The Rolling Stones, Jerry Lee Lewis en Status Quo)
Carol (gecoverd door onder meer The Rolling Stones en Status Quo en door Normaal als Oh Deerne)
Around and around (gecoverd door Normaal als Kom op allemoal)
Little Queenie (gecoverd door The Rolling Stones en Jerry Lee Lewis en door Normaal als Kleine Dini)
School Days (gecoverd door onder meer AC/DC en The Beach Boys en kwam voor in The Simpsons)
Let It Rock
Come On (gecoverd door onder meer The Rolling Stones en New Adventures)
No Particular Place To Go (begin jaren 60 door het Cocktail Trio gecoverd met De hele wereld alleen van ons)
Too Much Monkey Business (gecoverd door onder meer The Beatles, The Kinks en Elvis Presley)
Brown-eyed Handsome Man (gecoverd door onder meer Buddy Holly en Paul McCartney)
Memphis, Tennessee (gecoverd door onder meer The Beatles, The Rolling Stones, Dave Berry, Elvis Presley, Faces en Johnny Rivers)
Reelin' and Rockin' (gecoverd onder meer door The Dave Clark Five)
You Never Can Tell (gecoverd door onder meer Emmylou Harris en werd gebruikt in de film Pulp Fiction)
Promised Land (gecoverd door onder meer Elvis Presley en door Normaal als Kisjes Kearl)
Confessing the Blues (gecoverd door onder meer The Rolling Stones)
Merry Christmas, Baby
The Things That I Used to Do
My Ding-a-Ling (zijn enige nummer 1-hit in de VS)
Bye Bye Johnny (gecoverd door onder meer Status Quo, die het nummer jarenlang gebruikte als afsluiter van concerten, en The Rolling Stones) 
Berry, Charles Edward Anderson (I235043)
 
39 bekend van The Crocksons (1955-1980) en Bassie en Adriaan (1976-2015), samen met zijn broer Aad. Op 1 december 2013 was Bas zijn laatste theatervoorstelling als clown Bassie. Wel werkte hij nog op inhuurbasis.
Bas en Aad produceerden vanaf 1984 de televisieseries van Bassie en Adriaan samen (voorheen Joop van den Ende, maar de andere werkzaamheden waren gescheiden. Bas was vooral de drijfveer achter het organiseren van de tournees door het land. In de televisieseries speelde hij tussen 1987 en 1994 een dubbelrol, namelijk de boef Vlugge Japie. Hiernaast heeft hij diverse mondharmonica-cd's uitgebracht.
Bas van Toor was een oorlogskind. Zijn vader werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers gedood en het ouderlijk huis werd gebombardeerd. De ambitie om artiest te worden was volgens hem een grote revanche op de jaren van armoede en achterstelling. Toen Van Toor 18 jaar was, besloot hij met een Belgisch circus mee te gaan als tentbouwer en daar het vak te leren als acrobaat. Maar het enige wat hij in dat jaar leerde was een salto. Thuis gekomen haalde hij zijn jongere broer Adriaan over, die toen 13 jaar was, om samen met hem een acrobatennummer te beginnen; The Crocksons waren een feit.
Na een aantal jaar hard trainen traden ze veel op voor verenigingen en wonnen ze bij het AVRO-programma De oprechte amateur de prijs voor het beste kijknummer.In 1958 maken zij hun filmdebuut in de film Dik Trom in het circus[8] en zijn ze in diverse andere televisieprogramma's te zien. In 1964 vraagt Rudi Carrell of ze een clownsact willen schrijven voor Pipo de Clown, die in zijn circusshow zou optreden. Dit doen zij en in de act schrijven ze nog twee andere clowns. Carrell stelt voor dat Bas en Aad die twee clowns zelf spelen. Omdat ze dachten dat het clownsoptreden eenmalig zou zijn, namen ze niet de moeite om een andere naam te verzinnen. Ze werkten onder hun eigen namen, Bassie en Adriaan. Na het 'Rudi Carrell Circus' werkten ze enkele malen met Rudi in zijn Rudi Carrell Show. Ze brachten daar grappen en stunts die ze in samenwerking met Carrell zelf verzonnen.[10] Hierna komen er verschillende aanbiedingen uit het buitenland voor de stoelenact die zij maken als The Crocksons. In Duitsland spelen ze 2500 voorstellingen. Ook theaters en nachtclubs in andere landen van Europa volgden en zelfs Zuid-Amerika.
Bas blijft hiernaast teksten schrijven voor anderen artiesten zoals liedjes, de eerste hit is ‘Ik heb niets gezien' van Sjakie Schram. Vervolgens schrijft hij samen met Aad ook liedjes voor André van Duin, Conny Vink en het Cocktail Trio.
Zijn grootste succes hierna kent Van Toor als clown Bassie in het duo Bassie en Adriaan, eveneens met zijn broer Aad. Naast clown speelde hij ook de rol van boef Vlugge Japie in de televisieseries rond het duo. In de periode 1980-1982 had het duo in samenwerking met Joop van den Ende zelfs een groot eigen circus genaamd (TROS) Circus Bassie en Adriaan waarmee het duo succesvol door Nederland en België toerde. Tevens zijn ze medeverantwoordelijk voor het succes van circus Renz in de periode 1978-1989.
In 2004 gaat Aad met pensioen en besluit Bas op te gaan treden met zijn schoonzoon Evert van den Bos, die al eerder aan verschillende producties van het duo mee werkte. Vanaf eind 2011 treedt Bas van Toor op in discotheken met deejay Henri Kicken. Hierbij zijn de liedjes uit de televisieserie bewerkt tot dancenummers. In 2015 speelde Van Toor mee in Keet & Koen en de Speurtocht naar Bassie & Adriaan.
Vanaf de tweede helft van de jaren negentig maakte Bas van Toor drie cd's met mondharmonicanummers en begon hiermee op te treden bij feestelijke gelegenheden en concerten als die van Ben Cramer, Annie de Reuver en Frans Bauer. Eind jaren negentig had Van Toor zijn eigen radioprogramma Bassie op de zondagochtend tussen 7 en 8 op Radio Noordzee (Nationaal). In 2005 speelde Van Toor in een kerstsoap van de zender RNN7. In 2009 was hij mede-initiatiefnemer van de kinderzender Pebble TV. In 2010 speelde Van Toor in een vierdelige documentaire over de gebroeders Misset, van de gelijknamige uitgeverij, als Cees Misset. Deze documentaire werd in opdracht van het VWS gemaakt. Anno 2015 is Bas nog actief voor onder andere Omroep Vlaardingen.
In 1997 kreeg hij samen met Aad een ridderorde ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van het clownsduo. Ook is hij onderscheiden met Het Gouden Hart van Rotterdam, De Gouden Leeuw van RNN (prijs van RNN7), De Gouden Hand van de Verstandelijk Gehandicapten, De Zilveren Parel van Nederland en De Zilveren Henri Dunant.
In de loop van 2016 kreeg Van Toor steeds meer gezondheidsklachten. In het voorjaar werd hij geveld door een hevige longontsteking. Eind juli 2016 werd hij opgenomen in het Erasmus MC, waar de ziekte van Bell werd vastgesteld. Eind augustus werd Van Toor opnieuw opgenomen in het ziekenhuis; door een auto-immuunziekte kreeg hij last van uitvalsverschijnselen. In een interview met Shownieuws gaf hij aan over euthanasie te denken, omdat zijn benen ook verlamd waren. Inmiddels is hij alweer van het idee afgestapt.
 
van Toor, Bastiaan (I235363)
 
40 Bij een zorginstelling in Oegstgeest Kokshoorn, Francis Cornelis (I234927)
 
41 Bijnamen waren "D'n Bras", "D'n Flap" (naar zijn flaporen), "Koning der Kermiskoersen", "Koning der Smokkelaars" en "Koning der Pantserwagens" (vanwege zijn gebruik van pantserwagens bij het smokkelen). Hij is de bekendste van de Braspennincx-wielerfamilie.
John Braspennincx won in zijn loopbaan 129 koersen en hij was razend populair vanwege zijn manier van rijden, waarmee hij de titel "Koning der Kermiskoersen" verwierf.
Braspennincx startte één keer in 1937 in de Ronde van Frankrijk, maar staakte de strijd uit protest op de dag van de ploegentijdrit tussen Lons-le-Saunier en Champagnole. De reden hiervan was dat er mecaniciën noch verzorger aanwezig was en de renners 's avonds zelf hun fietsen moesten poetsen. Daarmee was hij niet akkoord en hij vertrok naar huis.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij zeer groot in het smokkelen, maar bleef desondanks koersen en werd zelfs nog Nederlands kampioen in 1942, ondanks een val door de ruit van een juwelier 
Braspennincx, John (I234986)
 
42 Christiani was tot 2010 nog actief als zanger, al trad hij sedert 2008 niet meer in zalen op.
Christiani staat in de Nederlandstalige levensliedtraditie, maar naast Lou Bandy en Willy Derby waren ook verschillende soorten Amerikaanse amusementsmuziek van invloed op zijn stijl. In 1939 was hij de eerste Nederlandse (en mogelijk eerste Europese) artiest die een elektrische gitaar (Epiphone model Electar Model M) bespeelde. Zijn gitaarsound werd bepalend voor het geluid van het Orkest Frans Wouters (met John de Mol op accordeon en Theo van Brinkom op viool). In 1941 nam hij als eerste Nederlandse gitarist een elektrische gitaarsolo op in Ons Gebouw in Hilversum. The Windmill was een door hemzelf geschreven instrumentaal nummer.
In 1943 moest hij wegens problemen met de Kultuurkamer onderduiken en ging hij naar België. Na de bevrijding van Brussel ging Christiani spelen in een Engels legerorkest, de Army Troupers. Achter de frontlinies trok hij mee Duitsland in. In Bonn kon hij zich aansluiten bij de beroemde Cold Stream Guards (The Guards Divisional Dance Orchestra). In Hamburg trad Christiani als gastsolist met zijn elektrische gitaar op voor de British Forces Network (BFN). In 1946 keerde hij terug naar Nederland.
Na 1945[bewerken]
De populariteit van Christiani nam in de periode na de oorlog reusachtige vormen aan. Hij werd een waar popidool. Om aan de vele aanbiedingen te kunnen voldoen besloot Christiani samen met Frans Poptie in 1951 zijn eigen ensemble op te richten, het "Ensemble Eddy Christiani onder leiding van Frans Poptie". De lezers van het muziekblad Tuney Tunes verkozen Christiani in 1953 tot de populairste zanger van Nederland. Hij bleef bovenaan in de poll staan tot en met 1956.
Na de opkomst van de rock-'n-roll stopte Christiani met het opnemen van platen en ging zich als gitarist toeleggen op begeleidings- en studiowerk.
In 1952 was hij de eerste Nederlander met een gouden plaat op 78 toeren met Zeemanshart. Andere bekende hits van Christiani waren Zonnig Madeira (1938), Ouwe Taaie (1943), Op De Woelige Baren (1948), Kleine Greetje Uit De Polder (1950), Spring Maar Achterop (1952), Daar Bij De Waterkant en Rosemarie Polka (1953). Kleine Greetje Uit De Polder eindigde tijdens de Week van het Nederlandse Lied 2009 in de Top 200 op nummer 94.
Met Sucu Sucu (Mijn Sombrero) maakte Christiani in 1961 een comeback. De Spaanse versie van de plaat werd in de Verenigde Staten, Duitsland en Scandinavië uitgebracht. In de Amerikaanse Billboard Hot 100 bereikte Christiani hiermee de 82e positie.
In 1962 ontdekten veel jonge aankomende gitaristen dat het zangidool van hun ouders ook opwindende gitaarstukken kon spelen. Zijn single Little Geisha / Du, Du Liegst Mir Im Herzen paste helemaal in de stijl van de Nederlandse gitaargroepen en Indorock-bandjes. Christiani speelde de nummers op zijn Gretsch-gitaar (model Chet Atkins Nashville) en ze waren in een lange echosound gedompeld, die hem in sommige kringen de bijnaam "Eddy Christianianiani" opleverde. Zijn instrumental Wild Geese werd in 1963 door The Jumping Jewels gecoverd. Christiani werd in 1962 en 1963 door de lezers van het maandblad Muziek Parade uitgeroepen tot de populairste Nederlandse gitarist. Met het combo van Tonny Eyk was Christiani vanaf de zomer van 1966 jarenlang met zijn gitaar te zien bij Willem Duys in het tv-programma Voor de vuist weg.
In de jaren 2006-2010 reikte Christiani jaarlijks in Vlissingen de Eddy Christiani Award uit aan een gitarist die een inspirerende bijdrage heeft geleverd aan de ontwikkeling van muziek voor elektrische gitaar. Sinds 2013 draagt deze prijs zijn naam niet meer. In 2007 ging hij op 89-jarige leeftijd op afscheidstournee met als titel De engel op mijn schouder. Op 21 april 2008 werd zijn 90e verjaardag groots gevierd onder leiding van Hans van Willigenburg en met Annie de Reuver, Jan Akkerman en Tonny Eyk.[2] Op 21 april 2013 vierde Christiani zijn 95e verjaardag in bijzijn van De Reuver en Ad van de Gein. Hij verhuisde naar een zorgcentrum in Aalsmeer en vierde daar met onder anderen Gerard Joling zijn 98e verjaardag.[3] Christiani overleed daar in oktober 2016 op 98-jarige leeftijd. De uitvaartceremonie vond plaats in schouwburg De Meerse in Hoofddorp, zijn as werd uitgestrooid bij crematorium Westgaarde in Amsterdam. 
Christiani, Eduard (I235336)
 
43 De artiestennaam Imca Marina wordt gevormd door haar tweede voornaam (Imca) en de tweede voornaam van haar moeder (Marina).
Imca Marina's loopbaan als zangeres begon bij het zangkoor de Damster Wichter in Appingedam. In 1959 kreeg zij haar eerste platencontract. Vooral in de jaren '60 en '70 scoorde zij hits, waaronder Viva España en Harlekino. In de jaren die volgden nam het succes af, maar bleef zij een graag geziene gast in het Nederlandse schnabbelcircuit. Imca Marina is behalve zangeres ook buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand. Zij voltrekt huwelijken, zowel in haar trouwkapel te Midwolda als door het hele land. Zij dreef in Midwolda ook een aanvankelijk goedlopende brasserie die gericht was op toeristen en deelnemers aan het project Blauwestad, maar door de kredietcrisis ging die in 2010 failliet.
In juli 2009 werd bekend dat Marina en haar Engelse partner Stephen Porter (Steven) na dertien jaar uit elkaar gaan. Uit een eerder huwelijk heeft ze een zoon, Floris. In 2008 werd ze benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau [2]. Tijdens een vakantie in Antalya in maart 2014 kreeg Marina een hartaanval. 
Bijl, Hendrikje Imca (I235355)
 
44 De as van Jan Wolkers werd later begraven onder de tulpenboom in zijn tuin. Wolkers, Jan Hendrik (I235370)
 
45 De broers, van Indisch-Nederlands afkomst, braken in 1960 door met de wereldwijde hit Ramona.
Riem en Ruud de Wolff kwamen in 1949 met hun ouders naar Nederland en woonden daar in Driebergen-Rijsenburg. Ze zongen in hun tienerjaren op schoolfeesten in bandjes als The String Extase Boys en The Cool Cats. Het repertoire bestond voornamelijk uit covers van The Everly Brothers. In 1960 stond hun uitvoering van de song Ramona uit 1927 maandenlang in de hitlijsten, en ook in veel andere landen was het nummer een grote hit. Andere succesnummers uit die tijd waren onder andere Oh Carol en Little Ship.
Begin jaren zestig toerden de broers samen met Anneke Grönloh door Indonesië, terwijl in Nederland en andere Europese landen verschillende nummers de hitparade haalden. Voor Ramona ontvingen de broers een Edison uit handen van Wim Sonneveld, nadat er zeven miljoen exemplaren waren verkocht. Ook in de jaren zeventig brachten The Blue Diamonds diverse singles uit, maar het stormachtige succes van Ramona werd niet meer geëvenaard. Dat trof als eerste hun versie van Save the last dance for me.
Begin jaren tachtig namen zij in Indonesië diverse platen op in het Maleis, waarvan miljoenen exemplaren over de toonbank gingen.
Ruud en Riems handafdrukken in de Walk of Fame te Rotterdam
Tot de dood van Ruud de Wolff in december 2000 bleven The Blue Diamonds platen maken en optreden. Echt grote successen bleven uit, maar de typische Blue Diamonds-sound bleef populair.
Na de dood van Ruud bleef Riem de Wolff optreden, als soloartiest met een begeleidingsband, en als duo met zijn zoon Steffen onder de naam The New Diamonds. Op 29 april 2005 werd Riem de Wolff benoemd tot Ridder in de orde van Oranje Nassau. 
de Wolff, Ruud (I235361)
 
46 De officiële overlijdensakte vermeldt 31 maart 1945 als overlijdensdatum. Later onderzoek wees uit dat een sterfdatum in februari waarschijnlijker is Frank, Annelies Marie (I235225)
 
47 Eerder weduwnaar van Angenieta de Rooij
 

 
de Heer, Jacobus (I232003)
 
48 gefusilleerd op het landgoed Gorp en Roovert. Ruys, Willem (I160417)
 
49 Heer van Langerak, Asperen en Goudriaan van den Boetzelaer, Wessel V (I231303)
 
50 Hij was de vader van mediamagnaat en Talpa-oprichter John de Mol en presentatrice/actrice Linda de Mol en de grootvader van acteur/presentator Johnny de Mol.
John de Mol was de zoon van accordeonist en orkestleider John de Mol sr., die in de jaren dertig onder andere met Eddy Christiani successen behaalde in de prille vaderlandse muziekindustrie. De Mol was een Nederlandse zanger die bekend werd als 'de Nederlandse Frank Sinatra'. Volgens het blad Tuney Tunes had hij een goede stem, uitstekende stijl en gave techniek. Een van zijn grootste hits was het nummer 'El Paso', een vertaling van een lied van Marty Robbins.[1] In 1959 won hij samen met Teddy Scholten het Nationaal Songfestival met het lied 'Een beetje', maar de vakjury koos voor de solo-uitvoering van Teddy Scholten.
Na zijn muziekcarrière richtte De Mol in 1962 de Stichting Conamus op om de belangen van andere Nederlandse artiesten te behartigen. In 1964 begon hij als vertegenwoordiger bij muziekuitgever Strengholt. In 1987 richtte hij in zijn functie als directeur van Conamus de Academie voor Lichte Muziek op. Begin jaren zeventig was De Mol directeur van de piratenzender Radio Noordzee Internationaal (RNI).
Volgens zijn kinderen John en Linda groeiden zij op met de levensles dat het niet uitmaakt wat ze gingen doen, als ze maar de besten werden.
Op vrijdag 27 september 2013 overleed De Mol, na een lang ziekbed, aan de gevolgen van longkanker 
de Mol, Johannes Hendrikus (I235279)
 
51 In 1948 won ze tijdens de Olympische Spelen in Londen vier gouden medailles. In 1999 werd zij door de internationale atletiekfederatie IAAF gekozen tot internationaal atlete van de 20e eeuw.
Kort na Fanny's geboorte in Lage Vuursche op boerderij De Brandenburg verhuisde het gezin naar het Groningse plaatsje Klein Ulsda, waar haar vader enkele jaren een boerderij runde. Na een faillissement keerde het gezin terug naar "het westen" en vestigde zich in Hoofddorp.
Koen was elf jaar toen zij zich aanmeldde bij de plaatselijke gymnastiekvereniging Hoofddorp. Al gauw blonk ze uit bij de gewone wekelijkse gymlessen. Vooral haar perfect uitgevoerde vogelnestjes aan de ringen werden bekend. En als 's zomers buiten atletiek werd beoefend, was Koen de snelste loopster. Ze had echter veel meer talenten, die zich vooral ook uitten in het zwembad. Haar eerste medaille haalde ze op de 50 meter vrije slag, maar ook tennis en schaatsen vond ze leuk. Haar trainers drukten haar echter op het hart om een keuze te maken.
In 1935 meldde Koen zich aan bij de Amsterdamse damesatletiekvereniging ADA en prompt liep ze nog in datzelfde jaar haar eerste nationale record: op de 800 m. Frits de Ruijter, later zelf succesvol op de middellange afstand, zag haar lopen: 'Het was 22 september 1935, ze moet net zeventien zijn geweest en ik was juist Nederlands jeugdkampioen op de 800 meter geworden. (..) Fanny liep op die dag een 800 meter. Vooral deze afstand werd niet geschikt geacht voor vrouwen. Maar ze verbeterde meteen het Nederlandse record. Fanny liep heel krachtig, ze was buitengewoon gespierd en dat is ze ook altijd geweest. Dat bijzondere lijf is de basis voor het hele succes geweest.
Standbeeld Fanny Blankers-Koen, Rotterdam, mei 2007
Blankers-Koen heeft later vaak verwezen naar dat eerste record dat niet op haar lijf was geschreven, want ze zou de geschiedenis ingaan als sprint- en springkampioene. 'Maar ik had longen als blaasbalgen.
Op achttienjarige leeftijd debuteerde Koen op de Olympische Spelen in Berlijn van 1936. Daar werd ze vijfde bij het hoogspringen en vijfde op de 4 x 100 m estafette in 48,8 s, nadat zij in de series samen met Lies Koning, Kitty ter Braake en Ali de Vries een tijd had gerealiseerd van 48,4, wat een ruime verbetering was van uit 1932 stammende nationale record van 49,4. Haar eerste internationale medailles won Koen in 1938. Op de Europese kampioenschappen in Wenen won ze brons op de 100 en 200 m.
Berlijn was voor Koen te vroeg gekomen, de Spelen van Helsinki in 1940 zouden háár spelen moeten worden. Maar de Tweede Wereldoorlog doorkruiste haar ambities. Koen trouwde dat jaar – 1940 – met haar trainer Jan Blankers en in 1941 werd zij voor het eerst moeder.
Ondanks het ontbreken van grote wedstrijden waren de oorlogsjaren sportieve topjaren voor Blankers-Koen: ze vestigde in 1942 wereldrecords op het verspringen en de 80 m horden, in 1943 op het ver- én hoogspringen en in 1944 op de 100 yd en de estafettenummers 4 x 110 yd en 4 x 200 m. Maar ook in 1944 zou er van Olympische Spelen geen sprake zijn. En toen Blankers-Koen in 1946 haar tweede kind kreeg, leek haar loopbaan voorbij. Dat vrouwen aan atletiek deden werd inmiddels geaccepteerd, maar een moeder van twee kinderen die topprestaties levert, dat leek uitgesloten.
Toch begon Blankers-Koen twee maanden later alweer te trainen en won datzelfde jaar nog vijf nationale en twee Europese titels: de bijnaam 'de vliegende huisvrouw' was geboren. In 1947 overtrof Fanny Blankers-Koen al haar persoonlijke records en geconcentreerd werkte ze toe naar de Spelen van 1948.
De Olympische Dag van 20 juni 1948 in het Amsterdams Olympisch Stadion is een bijzondere. Reeds vanaf 1933 wordt deze dag jaarlijks in juni in het stadion georganiseerd. Een vast programma van gymnastiek, atletiek, voetbal, wielrennen en paardensport trekt telkenmale een vol stadion. In 1948 zullen er echter voor het eerst sinds twaalf jaar weer Olympische Spelen worden gehouden, zes weken later al. En Blankers-Koen zal erbij zijn. Het stadion zit met zijn 63.000 bezoekers dan ook bomvol. Het vergaapt zich aan de voetbalwedstrijd van het Nederlands elftal (met o.a. Kees Rijvers) tegen een Engels amateurelftal. En bij de paardenwedstrijden doet zelfs prins Bernhard van Lippe-Biesterfeld, de echtgenoot van de Nederlandse kroonprinses Juliana, buiten mededinging mee.[3]
Vijftien minuten voor het begin van de 80 m horden zit Blankers-Koen echter nog op de tribune. Zij vindt de speedwaybaan van het Olympisch Stadion met zijn verborgen zachte plekken te gevaarlijk. Eén misstap en het werk van twee jaar zal vergeefs geweest zijn.[3] De organisatie voelt echter de wens van het publiek en zet Jan Blankers onder druk. Met gemengde gevoelens zegt die op het laatste moment toe. De stadionspeaker kondigt haar optreden reeds aan, maar Blankers-Koen is woedend en vertrekt op haar gympen naar het bijterrein voor een warming-up van een minuut of vijf. Pas vlak voor de start, haar tegenstandsters staan al te wachten, trekt zij haar spikes aan. Uitlopen die race en meteen omkleden, zijn haar enige gedachten en wég is ze op het moment dat het startschot klinkt. Als in een roes neemt ze de eerste horden en raakt in een voortreffelijk ritme, dat direct door het publiek wordt opgepakt. Zonder het te beseffen finisht ze met straatlengten voorsprong op de rest van het veld. Ze zit alweer mokkend in de kleedkamer als de winnende tijd wordt omgeroepen: een wereldrecord in 11 seconden rond, een verbetering van haar eigen record met drie tiende van een seconde. Het publiek staat op de banken, maar Blankers-Koen laat zich niet meer zien. Het ontlokt de verslaggever van het weekblad Sportief de opmerking: 'Waarom zetten ze eigenlijk horden neer, als Mevrouw F.E. Blankers-Koen de tachtig meter loopt? Zij kijkt die dingen tóch met geen oog aan..
Op de eerste Olympische Spelen na de Tweede Wereldoorlog won Blankers-Koen goud op de 100 m, de 200 m, de 80 m horden en de 4 x 100 m estafette. De andere loopsters van de estafetteploeg waren Gerda van der Kade-Koudijs, Xenia Stad-de Jong en Nettie Witziers-Timmer.
Doordat het wedstrijdprogramma ongunstig uitviel, kon Blankers-Koen niet meedoen aan het nummer verspringen, waarin ze de grote favoriete zou zijn geweest. Volgens sommigen had Blankers-Koen ook de gouden medaille op het hoogspringen en de vijfkamp kunnen winnen als ze meegedaan had, maar zelf zei ze dat ze daarvoor nooit de kracht zou hebben gehad.
Bij terugkomst in Nederland werd Blankers-Koen tot haar eigen verrassing door een enthousiaste menigte onthaald. Van het gemeentebestuur ontving ze een gedenkboek van het regeringsjubileum en van haar buurt in Amsterdam, als blijk van erkenning, een degelijke fiets omdat ze "nu lang genoeg gelopen had". Zo vlak na de oorlog was Blankers-Koen voor velen een symbool van de wederopbouw.
Ten tijde van de Olympische Spelen in Londen was Blankers-Koen al 30 jaar oud en moeder van twee kinderen. Haar prestaties leverden haar de bijnamen De Vliegende Huisvrouw en The Flying Dutchmam op.
In 1952 deed Blankers-Koen nog mee aan de Olympische Spelen in Helsinki, maar door blessures moest ze op de 200 m opgeven in de halve finales en moest ze ook in de finale van de 80 m horden opgeven. Tot 1955 deed ze nog aan wedstrijdsport. In totaal behaalde zij 58 nationale titels, 5 Europese titels en vestigde ze 21 wereldrecords.
In 2012 werd ze opgenomen in de IAAF Hall of Fame 
Blankers-Koen, Francina Elsje (I235475)
 
52 In 1953 Geemigreerd naar Rio de Janeiro, Brazil Dutilh, Hillegonda Maria Abilene (I228777)
 
53 in Crematorium Daelwijck Falkenhagen, Rudolf Johan (I235335)
 
54 in een ziekenhuis in Blaricum Boltini, Toni (I235374)
 
55 in een zorgcentrum in Aalsmeer Christiani, Eduard (I235336)
 
56 in het Amsterdamse Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis aan een agressieve vorm van longkanker Dröge, Gerardus Johannes Henri (I234893)
 
57 in het Amsterdamse verpleeghuis Beth Shalom  Bril, Barend (I235458)
 
58 Is een Nederlands politicus. Namens het Christen-Democratisch Appèl was hij van 2006 tot 2012 lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Eerder was Koppejan voorzitter van het Christen Democratisch Jongeren Appèl (CDJA).
Na zijn middelbare school in Middelburg te hebben volbracht, studeerde Koppejan van 1983 tot 1990 politicologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij was van 1986 tot 1988 al betrokken bij het politieke werk in Den Haag, als persoonlijk medewerker van het CDA-Kamerlid Johan de Leeuw. Van 1988 tot 1992 was Koppejan voorzitter van het CDJA, de jongerenorganisatie van het CDA. Inmiddels was hij in dienst getreden van het CNV, waarvoor hij projectmedewerker en bestuurder was.
Van 1995 tot 1999 was Koppejan werkzaam als hoofd van de afdeling communicatie voor het Havenbedrijf Amsterdam. Sinds 1999 is hij eigenaar van twee bedrijven op het gebied van internet en online dienstverlening. Bij de Tweede Kamerverkiezingen 2006 werd hij gekozen in het parlement. Koppejan werd op 30 november 2006 beëdigd.
Koppejan verwierf bekendheid in de Tweede Kamer door als enige lid van de CDA-fractie tegen de ontpoldering van de Hedwigepolder te stemmen. In 2012 legt hij zich neer bij een compromis waarbij een gedeelte van de Hedwigepolder onder water gezet wordt.
In september 2010 vormde hij samen met Ab Klink en Kathleen Ferrier het drietal dat tegen de formatieonderhandelingen met de PVV was.
In het regeerakkoord van 2010 staat vermeld dat de Hedwigepolder niet met zekerheid aan de natuur zal worden teruggegeven. Dit kan worden gezien als een aanvullend onderhandelingsinstrument om Koppejan te laten instemmen met de gedoogcontructie met de PVV. Op 21 september 2010 voegde hij daaraan toe dat zijn bezwaren wel op de politieke agenda staan en worden meegewogen bij de beoordeling van het eindresultaat.
Opnieuw zorgde hij samen met Ferrier voor verdeeldheid binnen de fractie naar aanleiding van de achttienjarige asielzoeker Mauro Manuel die in 2003 naar Nederland kwam, maar nooit heeft voldaan aan de eisen voor een verblijfsvergunning. Dit leidde tot een crisisberaad in de nacht van 27 op 28 oktober 2011. Bij de hoofdelijke stemming op 1 november om de minister op te roepen om gebruik te maken van zijn bevoegdheid om Manuel bij uitzondering toch een verblijfsvergunning te verlenen, stemden Koppejan en Ferrier mee met de rest van de partij.
Koppejan is belijdend lid van de Protestantse Kerk in Nederland. Hij is getrouwd en heeft drie kinderen. Zijn echtgenote Annemiek Elsen is lid van de Provinciale Staten in Zeeland. Koppejan woont in Zoutelande.
Mijn Achtergrond.
In mijn jeugd ben ik als oudste in een gezin van 6 kinderen gelukkig opgegroeid in Zoutelande. De voorouders van mijn vaders kant zijn afkomstig uit Zoutelande en die van mijn moeder uit Krabbendijke. Door mijn familiewortels voel ik mij dan ook met al mijn vezels verbonden met de provincie Zeeland. Elke dag vind ik het weer een groot voorrecht om vanuit Zeeland zitting te hebben in de Tweede Kamer.
Mijn vader was een waterbouwkundig opzichter. In de jaren’70 van de vorige eeuw ging het wat minder in de weg- en waterbouw. Dit was voor mijn ouders reden om een hotel te beginnen en verder te investeren in de verhuur van vakantiebungalows en appartementen onder de naam hotel- en verhuurbedrijf  “Oase”.
Mijn lagere schooltijd heb ik doorgebracht op de christelijke basisschool Willibrordus in Zoutelande; de school ook van mijn jongste dochter en zoon. Vervolgens heb ik het voortgezet onderwijs gevolgd in Middelburg door achtereenvolgens de MAVO, HAVO en het VWO te doorlopen. Daarna ben ik politicologie gaan studeren aan de Vrije Universiteit(VU) in Amsterdam. Eveneens heb ik marketing gestudeerd aan het TIAS in Tilburg. Na mijn studies heb ik in de Randstad gewerkt als vakbondsbestuurder bij de Vervoersbond CNV, projectmanager en hoofd communicatie van het Havenbedrijf Amsterdam en ben ik ook actief geweest als ondernemer met de bedrijven Swinth en E-Grant.  
Koppejan, Drs Adriaan Jacobus (I235564)
 
59 Memorial Regional Hospital tgv een overdosis medicijnen  Hogan, Vicky Lynn (I234790)
 
60 Met Wim Kan en Wim Sonneveld behoorde hij tot de grote drie van het Nederlands cabaret na 1945.
Toon Hermans werd geboren als tweede van vijf zoons in zijn ouderlijk huis aan de Parklaan in Sittard[1]. Hermans kende tijdens zijn leven verschillende tegenslagen. Hij ondervond in zijn jeugd de ontberingen die volgden op de Eerste Wereldoorlog, de economische crisis van de jaren dertig (hij behoorde tot een katholieke familie van bankbedienden) en de Tweede Wereldoorlog gevolgd door de noodzakelijke wederopbouw. De kleine bank van zijn vader ging failliet en niet veel later stierf zijn vader. Hierdoor waren Hermans en zijn broers straatarm, zoals wordt verteld in zijn conference over Snieklaas. Hermans ging zich toen bezighouden met het schrijven van sinterklaasgedichten voor een speelgoedwinkel. Als kind zocht hij vertier op het circusterrein, sliep hij in het stro en zocht hij de clowns op. Hier ontstond zijn gevoel om op te treden en mensen te vermaken. Op jonge leeftijd schreef hij zijn eerste revue, die al snel helemaal uitverkocht was. Dankzij de kaartverkoop bezat hij weer genoeg geld om in het onderhoud van zichzelf en van zijn moeder en broers te voorzien.
Zo werd hij in zijn streek (rondom Sittard in Nederlands Limburg) groot in carnavalskringen. Zijn eerste - bewaard gebleven - onemanshow dateert van 1958 en nadat die op 12 april op televisie werd uitgezonden, werd hij van de ene dag op de andere nationaal bekend (hoewel toen nog niet zoveel mensen een televisie bezaten). In 1959 ondernam hij een mislukte overstap naar het witte doek, met de film Moutarde van Sonaansee. Hierna keerde Hermans terug naar het theater, waar hij grote successen vierde. Zijn populariteit piekte zo'n twintig jaar lang (tussen 1960 en 1981). Een uitgebreide poging omstreeks 1968 om met een Engelstalige show in Broadway in de hele VS door te breken mislukte, omdat Hermans zich niet echt thuis voelde in Amerika. Hoewel hij in Duitsland en Oostenrijk ook enig succes had, sloeg zijn werk in Nederland en Vlaanderen het meest aan.
Hij was gehuwd met Rita Weijtboer (een schoonheidsspecialiste) en verhuisde in 1967 met haar naar Maastricht en later naar Hilversum en Bloemendaal. Toon kreeg met haar drie zonen: Maurice, Gaby en Michael. Maurice figureerde af en toe in zijn show. Toon heeft veel liedjes geschreven voor Rietje, de liefde van zijn leven. Rietje kreeg echter kanker en Hermans heeft vaak zijn tournees afgezegd om bij haar te kunnen zijn. Nadat Rietje in november 1990 overleed, had hij moeite met het brengen van zijn liefdesliedjes en barstte hij soms zelfs in tranen uit tijdens het zingen van Lente me.
In 1993 trad hij weer op in Carré met een show waarin hij voor de pauze liedjes zong (een "tour de chant") en na de pauze conferences bracht. In 1996 stond Hermans voor het laatst op het toneel. Na een hersenoperatie in 1997 werkte hij in 2000 met een bevriende pianist aan een nieuwe cd. In april 2000 overleed hij. Het album Als de liefde is postuum uitgebracht. Hermans werd begraven vanuit de kapel van de heilige Gemma Galgani in Sittard — hij was als katholiek vanaf zijn jeugd een vereerder van deze heilige.
In 2003 verscheen het verzameld werk van Toon in een cd-box, die in het jaar erna de Edison kreeg in de categorie historische uitgave. In 2005 is zijn volledige oeuvre, voor zover in televisie-archieven bewaard gebleven, als dvd-box uitgegeven.
Bekendheid kreeg Hermans door zijn formule van de onemanshow, een voorstelling door één man uitgevoerd (weliswaar ondersteund door een paar muzikanten), die hij als eerste in het Nederlandse taalgebied introduceerde (Wim Sonneveld, Wim Kan en latere generaties zijn hem daarin gevolgd). Hoewel zijn werk vaak als cabaret beschouwd wordt, is het dat eigenlijk niet. Hij beschouwde zichzelf als een clown, en dat is waarschijnlijk de meest juiste typering. Het was pure kolder, omlijst door liedjes waarin het leven geprezen werd, of die ook kolderiek waren. Zijn shows waren op geen enkele manier gebonden aan de actualiteit (een kenmerk van cabaret).
Groot succes op de scène had hij met zijn 'typetjes' en zijn gevoel voor woordspelletjes. Als schrijver en dichter viel Hermans vooral op door zijn aandacht voor detail: gebaren, kleine gedichten (door hem versjes genoemd), kwinkslagen. Veel van zijn versjes zitten in het collectief geheugen en kwamen op wandtegeltjes te staan. Ook zijn er diverse boeken en boekjes met zijn liedjes en gedichtjes verschenen, door hemzelf geïllustreerd.
Hermans was ook een niet onverdienstelijk schilder, hoewel zijn werk als schilder tijdens zijn leven nauwelijks geëxposeerd is.
Al vroeg begon Hermans met het tekenen en schetsen. Hij verkocht als kind zijn werkstukjes aan de deur om het gezin te onderhouden. Later ging hij schilderen. Zijn eerste optredens waren in 1949 in het Grand Theater in Heerlen met zijn imitatie op de clown Buziau, van wie hij veel geleerd had en die hem veel kneepjes van het vak van clown bij had gebracht[2].
Hij trok naar Amsterdam om daar zijn geluk te beproeven. Een van zijn vroege optredens daar was in 1937 tijdens de talentenjacht Cabaret der Onbekenden, georganiseerd door orkestleider John Kristel. In 1938 sloot hij zich aan bij het Theater Plezier van Floris Meslier. Hierna volgden optredens voor AVRO's Bonte Dinsdagavondtrein. Het was Carré-directeur Karel Wunnink die Hermans opmerkte bij een optreden en vroeg hem in 1942 auditie in Amsterdam te komen doen bij het cabaret van Carl Tobi. Hiermee begon Hermans’ landelijke carrière. Hermans trad op in het Leidseplein Theater, samen met bekendheden, zoals Wiesje Bouwmeester. Vrij kort daarna trad hij vernieuwend op door het begrip onemanshow toe te voegen aan de wereld van de kleinkunst. Deze eerste show vond plaats in 1955 en daarmee had hij groot succes. In 1958 volgde een bewaard gebleven televisieregistratie van deze show. In 1961 en 1962 trad Hermans ook op in het buitenland, eerst een periode in Oostenrijk en daarna in Duitsland. Hij vond het geen uitdaging, omdat de theaterbezoekers te snel om alles lachten. In Hamburg maakte hij kennis met de clown Popov, die hij later veel zou ontmoeten. In 1970 belandde Hermans in een periode van burn-out, doordat hij niet kon brengen wat het publiek graag wilde en men hem te poëtisch en te melancholiek vond. Tijdens een bezoek aan een show van Popov in de Rotterdamse Ahoy’ haalde hij Hermans uit de zaal naar de piste om hem te omhelzen en zijn warmte over te brengen. Hierdoor wist Popov Hermans uit zijn depressieve periode te redden, waarmee een nieuwe periode in diens loopbaan aanbrak.
Hermans was een man van perfectie. Zo nam hij heimelijk al zijn optredens op cassette op om de reactie van zijn publiek terug te beluisteren en na te gaan of een grap te vroeg of te laat overkwam. Zodoende kon hij deze, bij een volgend optreden, aanpassen.
Hermans was niet uit op succes en roem of geld; hij zocht het in het op het toneel brengen van humor in eenvoud en voor de gewone man.
Hij had veel schriftelijk en telefonisch contact met chansonnier Wim Sonneveld en cabaretier Wim Kan, maar bezocht nooit hun voorstellingen. Wel bezocht hij een theatervoorstelling van Freek de Jonge in Theater Gooiland in Hilversum.
Behalve in de Europese landen wilde Hermans gaan optreden in Amerika. Hij maakte daar in 1965 kennis met de Amerikaanse scenarioschrijver Erich Segal, met wie hij voorbereidingen trof voor zijn optredens voor het Broadway Theatre in New York. Met hem herschreef hij, bijvoorbeeld, het nummer Vierentwintig rozen naar Twenty-seven Roses. Hij zag echter op tegen het optreden, omdat het betekende dat hij lange tijd ver van huis zou zijn. Ook het theater zelf voelde niet goed aan. Terug in Nederland liet hij voor Amerikaanse impresario’s opnames maken van try-outs van het optreden in het Engels voor Amerikaans publiek in Hilversum en Brussel. Ondertussen trad Hermans in 1966 met veel succes met deze show op in veel plaatsen in Canada. Het vaste contract voor een jarenlang optreden op Broadway ging Hermans niet aan vanwege de eerdergenoemde twijfels. Hiermee sloot hij het Amerikaanse avontuur af.
Naast zijn theaterwerk en gedichten was Hermans ook kunstschilder. Dit deed hij puur ter ontspanning en hij wilde hier eigenlijk nooit mee op de voorgrond treden. Hij heeft daarom bijna nooit zijn schilderijen geëxposeerd. In november 2004 is er een openbare veiling geweest van een deel van zijn schilderijen en deze bracht een onverwachte som van meer dan € 600 000 op. Dit bedrag ging voor het grootste deel naar de stichting Toon Hermans Huis, een door Hermans opgerichte organisatie voor de opvang van kankerpatiënten en hun familie.
In 2003 heeft een kalligrafiegroep uit de IJmond een recordpoging gedaan door het grootste kalligrafische werkstuk ter wereld te vervaardigen en te bundelen in boekvorm. Het boek bestaat uit ruim 7400 A4-pagina's met daarop gekalligrafeerde teksten van Toon Hermans. De Stichting Toon Hermans BV heeft toestemming verleend om de teksten te gebruiken. De pagina's zijn aan elkaar geplakt zodat een harmonicaboek is ontstaan van ruim 2 meter hoog. Het weegt 55 kilo en is uitgelegd zeker 2 kilometer lang. Er is 5 km plakband en 3 liter inkt in verwerkt. Hierbij was ook Maurice Hermans, Hermans' zoon, betrokken.
Enige jaren na Hermans' dood is er tijdens een verbouwing in een huis in de Sittardse Paardenstraat een zelfportret van hem aangetroffen. Hij had dit vermoedelijk gemaakt voor een daar destijds woonachtig vriendinnetje.
Zijn standbeeld staat voor de Sittardse schouwburg. 
Hermans, Antoine Gerard Theodore (I235360)
 
61 Moscowa aan de Waterbergseweg in Arnhem Kan, Willem Cornelis (I235358)
 
62 om 02.00 Getuige is Catrinus Kerdel 23 jr Zweistra, Gerrit Johannes (I223068)
 
63 om 06.00 Getuige is Hendrik van Summeren 60 jr Huizer, Leendert (I80068)
 
64 om 09.00 Getuige is Jan Frederik Tauman 25 jr Zweistra, Jan Frederik (I223080)
 
65 om 12.30 Getuige is Jan Frederik Tauman 29 jr Zweistra, Christoffel (I223049)
 
66 om 13.00 Getuige is Francinus Kerdel 65 jr Zweistra, Cornelia (I223054)
 
67 om 18.00 Getuige is Catharinus Kerdel 23 jr Zweistra, Hendrika Christina (I223079)
 
68 om 19.30 Aangifte door de Vader Christoffel Zweistra Zweistra, Christoffel (I223049)
 
69 om 20.00 Getuige is Antonie Vogelaar 38 jr Zweistra, Hendrik (I223074)
 
70 om 20.00 Getuige is Dirk Ravesteijn 30 jr Zweistra, Cornelis (I223056)
 
71 om 21.00 Getuige is Jan Frederik Tauman 20 jr Zweistra, Willem Hendrik (I223105)
 
72 om 21.30 Getuige is Antonie Tegelaar 41 jr Zweistra, Mina Francina (I223089)
 
73 om 21.30 Getuige is Willem Wensvoort 59 jr Zweistra, Elisabeth (I223061)
 
74 om 23.30 Aangifte van Ovl door Vader Christoffel Zweistra Zweistra, Gerrit Johannes (I223068)
 
75 op de Amsterdamse begraafplaats Westgaarde de Doelder, Maria Theodora Mathilde (I235445)
 
76 op Zorgvlied Jongewaard, Leendert (I235338)
 
77 Schrijfster van o.a. Boerin in Frankrijk Bronder, W (I224271)
 
78 Was een Belgisch beroepsrenner van 1952 tot 1959.
Leon De Lathouwer behaalde in 1948 goud in de ploegenrangschikking van de Olympische Spelen in Londen (met Lode Wouters en Eugène Van Roosbroeck). Leon De Lathouwer werd in 1949 tweemaal Belgisch Kampioen, eenmaal bij de liefhebbers en eenmaal bij de militairen.
Hij was een sterke streekrenner die bij zijn debuut als beroepsrenner in 1952 in Heusden, Mere, Oostakker won. In 1952 won hij de Dr. Tistaertprijs te Zottegem. Hij zegevierde tweemaal in het Kampioenschap van Vlaanderen te Koolskamp (1953 en 1955). Als Oost-Vlaamse streekrenner won hij ook nog twee keer in Oostaker (1954 en 1956), in Deinze (1955) en in Strijpen (1956). Hij behaalde in totaal 14 zeges als beroepsrenner. 
de Lathouwer, Léon (I235173)
 
79 Was een Frans wielrenner die prof was van 1965 tot 1974 en in totaal 34 wegzeges behaalde. In 1967 behaalde hij zijn grootste overwinning: de eindzege in de Ronde van Frankrijk. In 1969 schreef hij zijn tweede grote ronde op zijn naam: de Ronde van Spanje.
Pingeon werd 76 jaar. Hij overleed aan de gevolgen van een hartaanval. 
Pingeon, Roger (I235183)
 
80 Was een kleine anonieme artiest met een banjo totdat hij ontdekt werd door een paar medewerkers van Radio Rijnmond. Zijn muziek werd vanaf dat moment regelmatig gedraaid op deze zender en Willie groeide uit tot een lokale volksheld. Er kon duizend gulden gewonnen worden door de luisteraar die in de uitzending de woorden van Willie precies mee kon zingen.
In 1993 en 1994 scoorde Willie een aantal hits, waarvan de bekendste Oene Maine Matsj Tirol was. Daarnaast scoorde hij een hit met het kerstnummer Willie's kerstfeest. Hij was zo klein als een 'onderdeurtje' en trad op in lederhose. Willie zong in een door hemzelf verzonnen brabbeltaaltje, een fonetische mengelmoes van diverse Europese talen en was plotseling 'de sensatie' op menig feest, waar iedereen 'meewuifde en zong'. Liveopnames zijn onder anderen te vinden op de "Willie's D-Day" cd uit 1994.
Willie was ook een trouw supporter van voetbalclub Feyenoord, 'Huppie, huppie, huppie, Feyenoord is m'n kluppie' was zijn alternatief voor 'Hand in hand kameraden'. Met dit nummer stond hij diverse malen in een afgeladen Kuip te zingen, voorafgaand aan een wedstrijd, of tijdens de open dag. Tijdens een Feyenoord supportersavond begin 2000 werd Willie onwel, naar alle waarschijnlijkheid een hartinfarct, en is later die middag nog opgenomen in het Sint Clara Ziekenhuis. In maart 2009 werd er in Dordrecht een minimusical opgevoerd over het leven van de Dordtse cultheld. 
Batenburg, Willy (I235249)
 
81 Was een Nederlands acteur. Tot zijn dood woonde hij te Amsterdam-Buitenveldert.
Carol van Herwijnen groeide op in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog met zijn jonge moeder, die net 20 was toen hij geboren werd. Zijn vroegste herinneringen stamden ook uit de oorlog, toen hij tijdens de Hongerwinter in 1944-1945 als stadskind naar Ommen werd gebracht waar hij de bevrijding door de Canadezen meemaakte. Na een jaar kunstnijverheidsschool, de latere Rietveldacademie, ging hij naar de toneelschool. Daar raakte hij voor het leven bevriend met klasgenote Wieteke van Dort, en hij kwam vaak bij haar familie thuis over de vloer. In 1965 deed Van Herwijnen eindexamen aan de Amsterdamse Toneelschool. Zijn eindexamenklas werd bekroond met de Top Naeff-prijs. In deze klas zaten ook Marja Kok, Rudolf Lucieer, Sjoukje Hooymaayer, Krijn ter Braak en Jeroen Krabbé. Hij debuteerde in 1965 bij Toneelgroep Studio te Amsterdam.
In 1966 won hij het I.C.C. Concours. Vorige winnaars waren onder anderen Henk van Ulsen en Peter Oosthoek. In 1967 studeerde hij een jaar met een beurs van 7Up aan de American Musical and Dramatic Academy te New York.


Carol van Herwijnen in 1976
Van Herwijnen was gedurende enkele decennia te zien op toneel, televisie en film. Hij vertolkte hoofdrollen in stukken van onder meer Shakespeare, Brecht, Tsjechov en Sartre. Sinds 1968 is Van Herwijnen vaak te zien geweest in volgende televisieseries: Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, meneer?, Floris, "Stemmen" (met Wim T. Schippers), Toen was geluk heel gewoon, Charlotte Sophie Bentinck, Otje (als burgemeester), Baantjer, Grijpstra & De Gier en Flikken Maastricht. Een van de films waaraan Van Herwijnen heeft meegewerkt is de Amerikaanse Cheech & Chong-film "Still Smokin'", een Engelstalige cult-classic.
In 1988 is hij onderscheiden met de belangrijkste Nederlandse toneelonderscheiding, de Louis d'Or, voor zijn spel in "Om het af te leren" (One for the road) van de Engelse schrijver Harold Pinter.
Legendarisch was Van Herwijnen in zijn vertolking van de frivole notaris Henk G. Born in de comedy We Zijn Weer Thuis van Wim T. Schippers.
In zijn sterfjaar, 2008, was Van Herwijnen nog steeds actief in de Nederlandse toneel- en filmwereld en als stemacteur. Zijn markante stem met goede dictie en uitspraak van het Nederlands was veelvuldig te horen in tekenfilms, reclames en radiospots. Zo heeft hij bijvoorbeeld de titelsong van SpongeBob SquarePants gezongen en deed hij de stem van de "Nieuwslezer" en "De Vliegende Hollander" in de beroemde cartoonserie. Zijn stem was ook te horen als Grote Smurf bij de televisieserie de Smurfen, in Stuart Little en in Bambi als de uil.
In zijn vrije tijd reisde Van Herwijnen veel naar Duitsland, waar hij vaak verbleef in Berlijn en waar hij naar eigen zeggen graag had willen werken. Hij was een fervent kunstverzamelaar en kunstkenner en bezocht veelvuldig openingen van tentoonstellingen in galeries[1] en musea en heeft ook zelf regelmatig openingen van exposities verricht, zoals in het Singermuseum in zijn geboorteplaats. Van Herwijnens grootvader was de kunstschilder Jan van Herwijnen. Van Herwijnen was bevriend met de ouders van Pia Douwes, die een kunsthandel bezitten. Naast tentoonstellingen bezocht Van Herwijnen veel theatervoorstellingen, films en restaurants. Hij ging in Amsterdam overal heen op zijn fiets en bleef zo in goede conditie. Hij was een groot liefhebber van Disney en alles wat ermee te maken had en had thuis een groot bed vol met Disneyknuffels. Zijn hele huis stond en hing vol met allerlei kunst, zowel klassiek als modern, en hij combineerde een uiteenlopende stijl van antiek en modern meubilair. In een glazen vitrine lagen allerlei toneelparafernalia, zoals zijn Louis d'Or-medaille. Van Herwijnen is altijd actief gebleven, ook met eigen projecten waaraan hij schreef en onderzoek voor deed.
In 2007 initieerde Van Herwijnen samen met bevriende collega Huib Rooymans de voorstelling "Adres Onbekend", een toneelbewerking naar het boek van de Amerikaanse schrijfster Katherine Kressmann Taylor uit 1938 over een vriendschap die vergiftigd wordt door de opkomst van het nazisme. Het boek is een novelle in briefvorm en in het theaterstuk werd ook door Van Herwijnen en Rooymans vastgehouden aan die vorm waarin de beide personages de brieven die ze aan elkaar blijven schrijven voorlezen aan de zaal, zonder elkaar daarbij aan te kijken. De regie was in handen van Dick Top.
In 2008 volgde er een nieuwe tournee van het stuk 'Adres Onbekend', dat wegens groot succes geprolongeerd werd. Van Herwijnen zou op het rondreizend theaterfestival De Parade (12 juni - 17 augustus) een opmerkelijke rol spelen als vrouw in het stuk Bouillabaisse (een conceptuele zwarte komedie van 40 min.) tussen 2 juli en 16 augustus in Den Haag, Utrecht en Amsterdam. Hij heeft dat ook enkele keren gedaan in Den Haag, maar door zijn plotselinge overlijden op 7 juli 2008 - hij was er juist 67 geworden - is daar vroegtijdig een eind aan gekomen.
Van Herwijnen werd op 16 juli 2008 begraven op de beroemde Amsterdamse begraafplaats Zorgvlied. Onder grote publieke belangstelling was er eerst een afscheidsbijeenkomst waar een aantal familieleden, zoals zijn zus, en vrienden en collega's als Wieteke van Dort en Henk van Ulsen spraken, waarna Van Herwijnen op zijn laatste tocht werd begeleid en bijgelegd in het graf van zijn moeder. 
van Herwijnen, Carol (I235165)
 
82 was een Nederlands cameraman en televisieregisseur.
Paul Römer was de tweelingbroer van acteur Piet Römer. Hij was vanaf 1959 als cameraman werkzaam voor het televisieprogramma Sport in Beeld. Kort daarna promoveerde hij tot regisseur van sportreportages voor Sport in Beeld en later Studio Sport. Hij was onder meer betrokken bij biljarten, voetbal en paardensport en evenementen als de TT Assen en de wereldkampioenschappen voor vierspannen. Hij werkte veelal samen met verslaggever Hans Eijsvogel. Paul Römer was Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.
Paul Römer ging in 1993 met pensioen. Hij overleed op 79-jarige leeftijd aan de gevolgen van een longaandoening.
 
Römer, Paul (I234907)
 
83 Was een Nederlands schaatser. Hij won de zesde Elfstedentocht op 30 januari 1940. Deze overwinning moest hij echter lange tijd ten onrechte delen met Auke Adema, Durk van der Duim, Cor Jongert, en Sjouke Westra, omdat ze met zijn vijven tegelijk over de eindstreep zouden zijn gekomen. De vijf schaatsers hadden in Dokkum afgesproken samen te zullen finishen, een afspraak die later bekend bleef als het Pact van Dokkum. Keijzer was echter als eerste de finish gepasseerd, wat ook uit filmbeelden blijkt. Hij is met een leeftijd van 21 jaar de jongste Elfstedenwinnaar ooit.
In 1946 werd Piet Keijzer op de Thialf Natuurijsbaan in Heerenveen nationaal kampioen op de vier klassieke afstanden. Nadien heeft niemand hem deze dubbeltitel, Elfstedentocht en NK Allround, nagedaan. Alleen Henk Angenent behaalde zowel de winst van de Elfstedentocht in 1997 als het NK 10.000 meter in 2003.
In De Lier is de Piet Keijzer IJsbaan naar hem genoemd. Er wordt ook een Piet Keijzer Bokaal verreden. Piet Keijzer heeft ook een tijd in Werkhoven gewoond. Daar was de plaatselijke sportzaal naar hem genoemd (afgebroken in 2011). 
Keijzer, Piet (I235169)
 
84 Was een Nederlands zanger en presentator. Hij werd vooral beroemd door zijn vertolking van het wereldwijd bekende lied Tulpen uit Amsterdam in 1957.
Naast mulo en handelsschool volgde Emmink tegelijkertijd pianolessen aan het conservatorium. Op 14-jarige leeftijd stond hij voor de eerste keer op het toneel in de revue van zijn oom. Na zijn middelbare school moest hij meteen in militaire dienst en werd hij naar Nederlands-Indië gestuurd. Hier werkte hij bij Radio Sario (de "soldatenzender") te Menado op Noord-Celebes. Hij wilde graag radio-omroeper worden, maar moest na terugkeer in Nederland enige tijd geduld hebben voor men hem een kans gaf.
Vanaf 1954 werkte Emmink als omroeper voor de VARA en de AVRO. Vanaf het moment dat hij ook bekendheid verwierf als zanger werd hij "de zingende omroeper" genoemd. Hij werkte ook voor AVRO's Radiojournaal en Radio Luxembourg. Tevens richtte hij, samen met collega Wim Verhagen, De Toverfluit op, een concert- en theaterbureau.
Bij de NCRV was hij aanvankelijk medepresentator van het programma Een tegen allen. In 1965 begon Emmink met zijn eerste eigen AVRO-radioprogramma Muzikaal Onthaal. Dit programma presenteerde hij tot 1982. Er waren in totaal 830 uitzendingen. Verder presenteerde hij het AVRO-televisieprogramma Wie van de Drie van 1971 tot 1982, met als panelleden onder anderen Albert Mol, Martine Bijl, Kees Brusse, Sonja Barend en Lous Haasdijk. Van 1982 tot 1987 presenteerde hij Te gast bij Herman Emmink voor de TROS. Deze opnamen vonden in hoofdzaak plaats in De Flint in Amersfoort.
Voor de TROS presenteerde Emmink Pierewaaien en Café Chantant. Toen deze omroep hem in 1982 een meerjarig contract aanbood, liet de AVRO hem gaan. Voor de NOS presenteerde hij in deze periode Zoeklicht op Nederland. In 1987 volgde het programma Tulpen uit Amsterdam bij de Radio Nederland Wereldomroep.
In 1992 maakte Emmink eenmalig zijn rentree als presentator van Zo Vader, Zo Zoon bij de NCRV als vervanger van de vaste presentator Gerard van den Berg. In de 300e aflevering, die werd gepresenteerd door Emmink, moest geraden worden welke van de vier zonen niet de echte zoon van Van den Berg was.
Van januari tot december 1994 presenteerde hij tijdelijk wederom het radioprogramma Oud plaatwerk en in 2003 te Amstelveen De hommage aan Ad van der Gein.
Emmink overleed in 2013. Hij had vastgelegd zijn stoffelijk overschot ter beschikking te stellen aan de wetenschap. 
Emmink, Hermanus Christiaan Maria (I235386)
 
85 Was een Nederlands zanger en vertolker van het levenslied. Hij is bekend geworden door zijn liederen over Amsterdam en in het bijzonder over de Amsterdamse Jordaan.
Jordaan zong vanaf zijn 8e jaar, samen met zijn neef Carel Verbrugge (Willy Alberti) op straat en in cafés liederen om geld voor zijn familie bij elkaar te sprokkelen. Op 9-jarige leeftijd verloor hij een oog in een stoeipartij met Verbrugge.
De naam Johnny Jordaan gebruikte hij vanaf zijn 14e, toen hij in zijn vrije tijd (hij werkte in verschillende baantjes) in cafés bleef zingen. Na de oorlog kreeg hij een baan als zingende kelner in het Amsterdamse café De Kuil. De dood van zijn moeder in 1952 bezorgde hem naast veel verdriet waarschijnlijk ook zijn eerste lichte hersenbloeding.
In 1955 won hij een wedstrijd die platenmaatschappij Bovema in samenwerking met Louis Noiret had uitgeschreven om de Beste Stemmen van de Jordaan te vinden. Hij bracht zijn eerste single uit, De Parel van de Jordaan met op de B-kant Bij ons in de Jordaan (composities van Louis Noiret). De liedjes werden gespeeld in een radioprogramma van de AVRO. De single verbrak alle records en hij was opeens een nationale beroemdheid. Hij bracht in de jaren daarna ook nog een aantal singles uit, die allemaal erg succesvol bleken, alhoewel hij pas na 1961 ook door andere omroepen dan de AVRO werd gedraaid. Daarvoor werd hij door de andere omroepverenigingen geboycot. De VARA vond zijn repertoire ordinair en ongeschikt voor de PvdA-stemmende arbeider.
Door slecht financieel beheer kwam hij op zwart zaad te zitten. In 1962 opende hij met zijn goede vriendin Tante Leen een café in de Batavierenstraat te Rotterdam, dat aanvankelijk goed liep, maar hij moest deze zaak uiteindelijk door belastingschulden sluiten. Hij vertrok naar Antwerpen om ook daar een café te beginnen, maar zijn heimwee was te sterk en in 1968 zorgde Tante Leen ervoor dat hij terug kon komen naar Amsterdam. De platenmaatschappij betaalde zijn belastingschuld. Harry de Groot schreef een nieuw lied voor hem, ’n Pikketanussie, en zijn muziek bleek opnieuw populair. Hij toerde ook in Australië en Nieuw-Zeeland.
Hoewel Johnny al in 1943 met Jannetje "Totty" de Graaff getrouwd was en ze samen een dochter kregen, was Johnny een groot deel van zijn leven door het verdringen van zijn gevoelens jegens mannen in wezen diep ongelukkig. Na een affaire met een man probeerde hij zelfmoord te plegen door uit een rijdende auto te springen. Pas na zijn coming-out in de late jaren 60, zijn scheiding en de ontmoeting met zijn latere levenspartner Ton Slierendrecht, met wie hij 31 jaar samenwoonde, ging het althans psychisch stukken beter met hem. De contacten met zijn dochter Willeke zijn altijd goed geweest.
In 1970 liet zijn toch al mindere gezondheid het verder afweten; in korte tijd kreeg hij een lichte hersenbloeding en een aantal hartinfarcten. Uiteindelijk nam hij in 1972 afscheid van het publiek met een televisieshow met Tante Leen, Willy Alberti, Ramses Shaffy, Zwarte Riek, Harry de Groot en tekstschrijver Pi Veriss. Aan het eind zong hij het afscheidslied: Bedankt Lieve Mensen.
Incidenteel bleef de Stem van de Jordaan daarna nog optreden. Eind 1988 kreeg hij opnieuw een hersenbloeding, en op 8 januari 1989 overleed hij op 64-jarige leeftijd. Op de begraafplaats Vredenhof werd hij bijgezet in het graf waar ook zijn moeder, grootmoeder en schoonmoeder rusten. 
van Musscher, Johannes Hendricus (I235262)
 
86 Was een Nederlands zangeres. In 1988 kreeg ze nationale bekendheid als vertolkster van het Nederlandstalige levenslied.
De Haan groeide op in de Amsterdamse wijk de Jordaan waar ze al als jong meisje stond te zingen op het biljart in cafés. In 1985 kreeg ze een contract aangeboden bij de platenmaatschappij EMI. In 1986 bracht ze bij deze maatschappij twee singles uit in het typisch Amsterdams repertoire, In Een Wereld Zonder Jou en Weet Jij Dan Niet Wat Liefde Is, maar deze brachten het niet tot hitnoteringen.
De Haan haalde in 1988 wel de Nationale Hitparade en de Nederlandse Top 40 met het lied Vuile huichelaar, geschreven door Aad Klaris. Met Mannen (Steeds weer de verkeerde) herhaalde ze in hetzelfde jaar dat succes, maar nieuwere singles leidden niet tot hitsucces. Wel was ze sindsdien een veelgevraagd artiest binnen haar genre.
In 2004 haalde ze de media nadat ze boos reageerde toen ze niet werd uitgenodigd om te zingen op het uitvaartconcert van André Hazes. In 2007 werkte De Haan mee aan een reclamecampagne van Arke Reizen, met haar nieuwe single Nooit Meer Naar Huis. Ook deed de zangeres mee aan het SBS 6-televisieprogramma De Afvallers, waarin ze haar obesitas vergeefs onder controle probeerde te krijgen.
 
de Haan, Renée (I235337)
 
87 Was een Nederlands zangeres. Zij zong een overwegend Nederlandstalig repertoire.
Conny Vandenbos begon haar carrière in het AVRO-kinderkoor en maakte haar solo-debuut in februari 1960 het KRO-radioprogramma Springplank, waarin ze Franse chansons zong. Twee van de liedjes die ze hier zong verschenen een jaar later op lp. Later trad ze op in Nieuwe Oogst, een radioprogramma van de AVRO.
Na haar optreden tijdens het Belgische Knokkefestival van 1961 kreeg ze een platencontract bij Phonogram Records. Ook trad ze op in de eerste aflevering van de Rudi Carrell-show. In 1962 deed ze mee aan de voorrondes van het Eurovisiesongfestival, waar ze met Zachtjes op de derde plaats eindigde. In 1961 verscheen ze in de VARA-show van Bruce Low. Eind 1964 kreeg ze een eigen televisieshow; Zeg maar Conny.
In 1965 vertegenwoordigde ze Nederland opnieuw bij het Eurovisiesongfestival. Met het liedje 't Is genoeg werd ze elfde. Een jaar later was er de eerste hit; Ik ben gelukkig zonder jou. Inmiddels probeerde Conny's platenmaatschappij haar ook in het buitenland meer bekendheid te geven en men liet haar in het Engels en Duits zingen. Echt succes op internationaal niveau bleef echter uit. De in augustus 1968 uitgebrachte single Where are they now bereikte de 31e plaats in de Colorado Hit Parade, maar hier bleef het bij in de VS.
In 1974 stapte ze over van Phonogram naar platenmaatschappij Basart Records International. Korte tijd later bracht ze een album uit, Een vrouw van deze tijd. De eerste single die hierna volgde, Tjeukemeer, maakte nog niet veel los. Dat lukte daarentegen wel met Een roosje, m'n roosje, dat haar grootste hit in de jaren zeventig werd. Ook de singles Sjakie van de hoek en Drie zomers lang (van Van dichtbij) en Ome Arie (van Zo wil ik leven) werden hits.
In 1977 ontving ze een Edison en een Gouden Harp van Conamus (de huidige Stichting Buma Cultuur) voor het album Zo wil ik leven.
Ze had in de jaren tachtig samen met Ted de Braak een theaterprogramma en trad op in de revue van André van Duin. Ook had ze een eigen tour de chant en was ze veelvuldig op televisie te zien. Verder speelde ze rollen in musicals als Boefje en Heimwee.
In 1979 werd ze in België verkozen tot Vrouw van het Jaar. In die tijd nam ze een album op met liedjes van Janis Ian, waaronder De andere kant van de maan (een cover van Ians The other side of the sun). Samen met Ian nam ze ook het duet Don't leave tonight op.[1] In 1989 had ze in Nederland een klein succesje met Stapelgek op jou met Wim Rijken. In 1993 kreeg ze goud voor haar album 14 Grootste Hits Van Conny Vandenbos.
In de jaren negentig presenteerde ze radioprogramma's bij onder meer Radio Noordzee (Nationaal) (Thee met Conny, elke werkdag tussen 14 en 16 uur), Omroep West en Radio M Utrecht. In 2000 werd er een tegel van haar geplaatst in de Rotterdamse Walk of Fame.
Conny Vandenbos was het oudste kind en tevens de enige dochter van kapper Johannes Antonius Hollestelle en zijn vrouw Petronella Werner. Ze was de zuster van de zanger Peter Hollestelle.
Vandenbos ging reeds op elfjarige leeftijd naar de HBS. In dezelfde tijd volgde ze ballet-, zang- en spraaklessen.
In 1959 trouwde Conny met Wim van den Bos. Het paar kreeg een dochter. In 1965 liep het huwelijk op de klippen, maar omdat ze intussen bekend was onder de naam Conny van den Bos besloot ze die naam aan te houden. Wel werd de naam voortaan aan elkaar geschreven als Conny Vandenbos. Ze beschouwde dit nu als een artiestennaam, niet meer als de naam van haar ex-man. Haar tweede huwelijk was met Ger Faber, de bassist van het Leedy Trio. Uit dit huwelijk werd een zoon geboren.
Vandenbos overleed op zondag 7 april 2002 op 65-jarige leeftijd, twee weken nadat werd vastgesteld dat ze aan longkanker leed. Ze ligt begraven op Begraafplaats Rusthof in Leusden. 
Hollestelle, Jacoba Adriana (I235333)
 
88 Westgaarde te Amsterdam Osdorp Wilking, Paul Anton (I235388)
 
89 Wolkers wordt gerekend tot de beste auteurs in de naoorlogse Nederlandse literatuur, met als bekendste titels de romans Terug naar Oegstgeest (1965) en Turks fruit (1969). Hij weigerde zowel de Constantijn Huygensprijs (toegekend 1982) als de P.C. Hooft-prijs (1989). Zijn beeldende, directe taalgebruik vond veel navolging.
In weerwil van zijn grote bekendheid als schrijver heeft Wolkers altijd te kennen gegeven dat hij zichzelf in de eerste plaats beeldhouwer voelde.
Jan Wolkers was afkomstig uit een gereformeerd milieu waar hij in zijn tienerjaren afstand van heeft genomen. De ouders van Wolkers kwamen oorspronkelijk uit Amsterdam en hadden in totaal elf kinderen, van wie Jan het derde was. Vader Wolkers bezat voor de Tweede Wereldoorlog een slecht lopende kruidenierswinkel in Oegstgeest.
Wolkers bezocht de mulo, maar moest al snel van school wegens slechte punten en zo kon hij dan helpen in de winkel. Hij was onder andere dierenverzorger in een laboratorium van de Universiteit Leiden, was tuinman en schilderde landschappen. In de oorlog werkte Jan Wolkers eerst als jongste bediende in het distributiekantoor in Oegstgeest. Later dook hij onder. Hij nam les aan de Leidse schilderacademie Ars Aemula Naturae en hij leerde typen - de enige vaardigheid waarin hij ooit een diploma zou behalen. Kort na de bevrijding woonde Wolkers in Parijs.
Jan Wolkers was driemaal getrouwd. In 1947 huwde hij Maria de Roo (1923-1993). Uit dit huwelijk werden drie kinderen geboren: Eric (5 januari 1948), Eva (1949) en Jeroen (3 april 1953). Eva overleed in 1951 door een ongeluk in bad. Deze traumatische gebeurtenis zou Wolkers later verwerken in de roman Een roos van vlees uit 1963.
In 1958 trouwde Wolkers in Frankrijk met Annemarie Nauta. Het huwelijk zou niet lang duren. Deze periode vormde later de inspiratie voor de roman Turks fruit. Olga, de hoofdpersoon uit dit boek, was gebaseerd op Nauta. Met Olga's kanker en haar overlijden in zijn roman Turks fruit symboliseerde Wolkers het rouwproces dat hij doormaakte na het verbreken van de relatie met haar.
In 1963 ontmoette Wolkers de toen 17-jarige Karina Gnirrep (geb. Amsterdam, 18 maart 1946). Zij woonde schuin tegenover zijn atelier in de Uiterwaardenstraat. Zij is een dochter van Piet Gnirrep, die tijdens de oorlog vanwege zijn bijdrage aan het organiseren van de Februaristaking tot 10 jaar gevangenisstraf was veroordeeld, waarvan hij er vier in een Duitse gevangenis heeft doorgebracht, en Johanna Harthoorn, die tijdens de oorlog aan het CPN-verzet had bijgedragen. Karina trok kort daarna bij hem in in het woonatelier in de Amsterdamse Rivierenbuurt, waar Wolkers sinds 1950 woonde. In 1980 verhuisde het paar van Amsterdam naar de buurtschap Westermient op het eiland Texel. In 1981 trouwde Wolkers met Gnirrep. In hetzelfde jaar werden hun kinderen - de tweeling Bob en Tom - geboren.
In 2002 en 2003 zond VPRO's Villa Achterwerk twee seizoenen lang de serie De Achtertuin van Jan Wolkers uit, over planten en dieren in de tuin die Wolkers en Karina bij hun huis op Texel hadden aangelegd.
Voor de Europese Parlementsverkiezingen 2004 en de Tweede Kamerverkiezingen 2006 stond Wolkers als lijstduwer op de lijst van de Partij voor de Dieren.
In 2006 werd Wolkers ereburger van Texel. Ook andere gemeenten die zich met Wolkers en zijn werk verbonden voelen, eren zijn nagedachtenis. Zo zijn er in Oegstgeest, Leiden, Voorschoten, Groningen, Kloetinge en Utrecht straten, singels en lanen naar Jan Wolkers vernoemd.
Vanaf 2013 wordt jaarlijks de Jan Wolkers Prijs toegekend aan het beste Nederlandse natuurboek.
Jan Wolkers overleed in zijn slaap op vrijdag 19 oktober 2007, een week voor hij 82 jaar zou worden, in zijn huis op Texel. De week ervoor was Wolkers met wondroos opgenomen in het Gemini-ziekenhuis in Den Helder. Daar werd op maandag 15 oktober geconstateerd dat hij aan een levercirrose leed, die niet meer te behandelen was.
Wolkers werd op 24 oktober gecremeerd. De plechtigheid op de begraafplaats De Nieuwe Ooster in Amsterdam was rechtstreeks op tv te volgen. Er werd gesproken door De Bezige Bij-directeur Robbert Ammerlaan, Volkskrant-hoofdredacteur Pieter Broertjes, historicus Maarten van Rossem, cultuurminister Ronald Plasterk, schrijver Remco Campert en Wolkers' weduwe Karina. Zoon Tom en Leonie Hulsman, de vriendin van zoon Bob, zongen een zelfgeschreven lied. De as van Wolkers werd later begraven onder de tulpenboom in zijn tuin.
Enkele maanden voor zijn dood had Wolkers literair journalist Onno Blom toestemming gegeven voor het schrijven van zijn biografie. 
Wolkers, Jan Hendrik (I235370)
 
90 "De stamvader van de Kanselaars is halverwege de 17de eeuw in Zuilichem komen wonen en deze man zou rentmeester zijn geweest bij de fam Huygens, secretaris van de fam Oranje-Nassau, zij waren in bezit van de heerlijkheid Zuilichem . Deze man, zou volgens het verhaal uit Duitsland komen, waar een rentmeester kanselier heet, vandaar de naam Kanselaar. Dit zou ook een Gellof zijn geweest. Dit is bekend omdat de naam Kanselaar toen voor het eerst in de kerkboeken van Zuilichem voorkomt. Dit verhaal is afkomstig van Willem van Oosterum uit Zuilichem, die dit in de kerkboeken heeft uitgezocht voor de historische kring Bommelerwaard, hij heeft dit eind jaren zeventig gepubliceerd in de Hervormde kerkbode van Zuilichem."
Mijn idee is dat Gellof Kanselaar ergens tussen 1650 en 1670 uit Duitsland is gekomen. Hij had waarschijnlijk een zoon die Gerrit Kanselaar heette en van hem is alleen bekend dat hij voor 1720 is getrouwd. Het zou ook nog mogelijk zijn dat er tussen de "Duitse" Gellof Kanselaar en Gerrit Kanselaar nog een generatie zit. Iemand zou dat mogelijk in de kerkboeken uit die tijd in Zuilichem kunnen nazoeken. 
Canselaar, Gerrit (I29731)
 
91 #doop niet aangetroffen; er is een hiaat in het doopboek over de periode 1650-1660; blijkens het testament van zijn moeder is hij overleden v?or 6-12-1707 (NAV 17-226)# van Dijck, Cornelis Laurensz (I37293)
 
92 #ondertrouw en/of huwelijk zijn wonderlijk genoeg niet aangetroffen; hierbij moet aangetekend worden dat er tussen 28 mei 1729 en 17 april 1734 geen ondertrouwen zijn genoteerd# Gezin F1448781097
 
93 #testeert als weduwe van Laurents Cornelisz. van Dijk op 6 december 1707 (NAV 17-226)# Bergmans, Grietje Cornelisdr (I12890)
 
94 (Regina, Sask,. Canada). Dipl. Ing (geologie E.T.H. Z?rich), oud-districtchef Pan Canadian Petroleum Ltd. te Calgary Halbertsma, Henk Leendert (I62947)
 
95 - 40 jaar in dienst bij de Hollandsche Staalmaatschappij Willem Kolkman N.V. te Rotterdam (dochteronderneming van Dikema & Chabot's Handelmaatschappij N.V.);
- trad op 1 december 1920 als vertegenwoordiger bij de Hollandsche Staalmaatschappij Willem Kolkman N.V. (destijds in Dordrecht gevestigd) in dienst, welke functie hij binnenkort 40 jaar bekleed zal hebben. Zijn prettige en correcte wijze van optreden bezorgde hem een grote kring van relaties, in het bijzonder bij vele grote en kleine ijzerwerkende bedrijven in Dordrecht en omgeving en de Zuidhollandse eilanden. Zijn totaalsalaris bedraagt op het ogenblik f 670,85 per maand.
- De Hollandsche Staalmaatschappij Willem Kolkman N.V. werd in 1943-1944 verplaatst naar Rotterdam. 
van Chastelet, Izaak (I223307)
 
96 Jansen, Herman Gerard (I83084)
 
97 Gezin F1448752753
 
98 13 of 14 Mei 1842 in Archief Rotterdam 2 datums Zelfde Bron Rorijs, Jannetje Maria (I234353)
 
99 1439 Heer van Horne; 1450 benoemd tot Rijksgraaf door keizer Frederik III; bezat Altena, Cortessem, Montigny, Weert en Wessem, Bocholt (1458), Cranendonck en Eindhoven (1461); werd in 1470 minderbroeder en trok in in het door hem gestichte klooster t van Horne, Graaf van Horn, heer van Altena, Kortessem, Montigny, Weert, Wessem, Bocholt, Cranendonck, Eindhoven Jacob I (I77648)
 
100 15 gld; samen 30 gld. Gezin F1448766324
 

      1 2 3 4 5 ... 90» Volgende»